Column

VRIJ EN VREI

Begin mei staan we overal in Europa stil bij de vrede en de vrijheid. In teksten spreken we over vrijheid in vrede, of vrede in vrijheid, kortom: proberen we deze woorden inhoud te geven en met elkaar te verbinden. Ik ben zelf opgevoed in de Maastrichtse taal. Net zoals in vele Limburgse dialecten lijken de Maastrichtse woorden ‘vrij’ en ‘vrei’ veel op elkaar. Slechts in de uitspraak van de klanken hoor je het verschil, terwijl in de Nederlandse uitspraak de woordklank vrijwel identiek is. Maar belangrijker is dat de woorden ook inhoudelijk alles met elkaar te maken hebben.

Als wij vredestichter willen zijn, volstaat het beëindigen van geweld en oorlogshandelingen niet.

De klassieke uitleg die aan het woord vrijheid wordt gegeven is een situatie waarin mensen vrij van angst, vrij van dwang en vrij van beperkingen zijn. De mens heeft met andere woorden de mogelijkheid en het recht om keuzes te maken in hoe zijn leven wordt ingevuld. Dat die vrijheid ergens ophoudt, grenzen kent, bijvoorbeeld omdat ongebreidelde vrijheid van de één tot onvrijheid bij de ander zou leiden, is logisch. Net zo logisch is het dat in situaties van strijd, oorlog en geweld, ware vrijheid onmogelijk is. En dat ware vrede niet kan bestaan onder mensen die in onvrijheid leven. Ik geloof niet in zoiets als ‘gewapende vrede’.

Als wij vredestichter willen zijn, volstaat het beëindigen van geweld en oorlogshandelingen niet. Er moet daarnaast ook gewerkt worden aan het bieden of realiseren van vrijheden, bijvoorbeeld om de regie over de eigen toekomst uit te oefenen. Het is nu nog onvoorstelbaar, maar ééns zullen toch Oekraïners en Russen, Palestijnen en Israëliërs, kortom: iedereen die nu elkaars vijand is, met elkaar samen moeten leven, elkaar vrijheden gunnen, omdat anders geen vrede tot stand komt.

Maar tegelijk moeten we constateren dat vrijheid en vrede niet als vanzelf uit de lucht komen vallen. Sterker: dat er soms strijd geleverd moet worden om vrijheden te garanderen, om vrede te bereiken. Dat is niet iets om fijn te vinden, om toe te juichen, maar wel om in realiteit onder ogen te zien. Of om het in een bekende Latijnse spreuk samen te vatten: “si vis pacem, para bellum” (als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog). Ik geef meteen toe: ik ben slechts een toeschouwer aan de zijlijn, maar heb tegelijk groot respect voor al die vrouwen en mannen die van de verdediging van onze vrede en veiligheid, van onze waarden, hun dagelijks werk maken.

En dus staan we begin mei niet alleen stil bij de woorden vrede en vrijheid, maar denken we ook aan allen die strijd leverden om vrede en vrijheid te bereiken. En zeker met groot respect aan allen die daarbij het leven lieten, hun vrijheid inleverden. Ik wens deze gesneuvelden toe dat zij mogen rusten in de hemelse vrede.

(deze column verscheen 30 april 2024 in Familiemagazine Nummer 1)

Previous Post

You Might Also Like