Column

EURO VISIE

Je kunt natuurlijk je schouders ophalen als het thema ‘Europese verkiezingen’ valt. Maar sinds ik de beelden van de Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival zag, hou ik niet meer zo van ‘schouders ophalen’. Zeker de komende maanden zal het lastig zijn om het beeld van een man met hoge blauwe schoudervullingen kwijt te raken, of om de muziek en ritme van Euro-papa te vergeten.

Dus ik voer graag campagne voor dat saaie, degelijke, niet-sexy Europa, met name voor de waarden-gemeenschap die de Unie óók is.

Een aantal jaren geleden voerde ik campagne om het Songfestival naar Maastricht te halen. Gelukkig hoefde ik niet verkleed te gaan in een outfit zoals de deelnemende artiesten die in steeds creatievere vormen dragen, om de boodschap ‘come closer’ kracht bij te zetten. Een simpel rood t-shirt voldeed, maar… de campagne mislukte. Misschien zou men meer succes hebben gehad, of zou die meer zijn opgevallen, als ik een pak met schoudervullingen had gedragen. Want het festival ging naar Rotterdam.

Lees verder

Column

VRIJ EN VREI

Begin mei staan we overal in Europa stil bij de vrede en de vrijheid. In teksten spreken we over vrijheid in vrede, of vrede in vrijheid, kortom: proberen we deze woorden inhoud te geven en met elkaar te verbinden. Ik ben zelf opgevoed in de Maastrichtse taal. Net zoals in vele Limburgse dialecten lijken de Maastrichtse woorden ‘vrij’ en ‘vrei’ veel op elkaar. Slechts in de uitspraak van de klanken hoor je het verschil, terwijl in de Nederlandse uitspraak de woordklank vrijwel identiek is. Maar belangrijker is dat de woorden ook inhoudelijk alles met elkaar te maken hebben.

Als wij vredestichter willen zijn, volstaat het beëindigen van geweld en oorlogshandelingen niet.

De klassieke uitleg die aan het woord vrijheid wordt gegeven is een situatie waarin mensen vrij van angst, vrij van dwang en vrij van beperkingen zijn. De mens heeft met andere woorden de mogelijkheid en het recht om keuzes te maken in hoe zijn leven wordt ingevuld. Dat die vrijheid ergens ophoudt, grenzen kent, bijvoorbeeld omdat ongebreidelde vrijheid van de één tot onvrijheid bij de ander zou leiden, is logisch. Net zo logisch is het dat in situaties van strijd, oorlog en geweld, ware vrijheid onmogelijk is. En dat ware vrede niet kan bestaan onder mensen die in onvrijheid leven. Ik geloof niet in zoiets als ‘gewapende vrede’.

Lees verder

Column

OUD EN NIEUW IN HET GRIJS

Het valt niet langer te ontkennen. Op de vele foto’s die van mij de laatste maanden langs komen is het steeds duidelijker te zien: ik word grijs. Te beginnen met steeds meer witte haren in mijn snor, is de grijstint in de hele haardos al lang in opkomst. En ja, dat betekent in mijn geval ook dat ik in steeds meer situaties terecht kom waarin ik als oude, oudere of oudste word gezien of behandeld.

Omdat mijn vader z.g. ook Theo heette ben ik lang gewend geweest aan het achtervoegsel “junior”. Dat is definitief voorbij. Zeker als je ook nog twee keer lid van een senaat bent: die van de Narrenuniversiteit Limburg, en die van ons nationaal Parlement (Eerste Kamer), past eerder de verwante term: senior. De ontwikkeling van junior naar senior gaat aan jezelf meestal voorbij: het is immers altijd onze omgeving die ons indeelt in categorieën als oud of jong.

Voor mij ligt het verschil tussen jong en oud in de mate waarin je openstaat voor nieuwe kennis, ervaring en gevoelens.

Of ik tevreden ben als een ander mij oud en grijs noemt hangt af van de waarde die die ander aan die omschrijving toedicht. Vindt men mij wijs, verstandig en ervaren, dan beschouw ik het als eretitel. Is de bijklank echter die van starheid of seniliteit dan ben ik minder gecharmeerd als men mij aanspreekt met “ouwe”.  Voor mij ligt het verschil tussen jong en oud in de mate waarin je openstaat voor nieuwe kennis, ervaring en gevoelens. ‘Jong’ associeer ik met nieuwe dingen ontdekken, opgroeien, leren, vernieuwen. Daar staat dan ‘oud’ tegenover: krimpen, interesse verliezen, leven op herinnering en routine.

Lees verder

Column

VERWEND

Meer dan twintig jaar geleden werd er in The Economist over Nederland gesproken als een land met ruim 16 miljoen verwende inwoners. Voor de buitenlandse auteur was het opmerkelijk hoe ontevreden de bevolking toen was, terwijl toch vele objectieve cijfers over geluk en economie sterk groen kleurden. Het was de tijd vlak vóór de moord op Fortuyn. Nederland behoorde economisch tot de top-7 van de wereld, en de top-5 van gelukkigste landen. Maar tegelijk werd er in de samenleving veel geklaagd over de politiek (‘de puinhopen van Paars’), de asielinstroom (die na de Balkanoorlogen aan het dalen was), de globalisering (start van de Euro), de kloof tussen rijk en arm, de werkloosheid en dergelijke.

Ik moet toegeven: ik ben en voel mij verwend.

Nu ben ik geen buitenstaander, integendeel. Een groot deel van mijn werk bestaat uit het signaleren en agenderen van problemen, van zaken die fout zijn in onze samenleving. En vervolgens besteed ik veel tijd aan het nadenken hoe het beter kan, aan wetten en regels ontwerpen en behandelen die problemen oplossen. Je kunt gerust zeggen dat iedereen die in een politiek bestuurlijke omgeving werkt, meestal met de negatieve kanten van ons samenleven bezig is: woningnood, vervuiling, criminaliteit, leerachterstanden, armoede, oorlog, discriminatie, drugsgebruik. Je zou er pessimistisch van worden. En je zou zeggen dat het terecht is dat er veel geklaagd wordt. Ook na ruim twintig jaar.

Lees verder

Column

Vrede op Aarde

“Eindelijk weer eens een echte Kerst-column” zult u vast denken bij het zien van de titel. Zo’n tekst waarin de schrijver een paar sentimentele en zalvende woorden over de lezer uitstort, met het aloude Kerstverhaal van de geboorte van Jezus in een grot of stal te Bethlehem als basis. Het is echter de vraag of u op zo’n tekst zit te wachten. Zeker als de schrijver, zoals in dit geval, een bestuurder  en politicus is, of zoals ze in Limburg meestal over mij zeggen: ‘zoe’ne dikkop’. Dan klinkt een oproep tot vrede misschien wel aanmatigend of misplaatst.

Vrede moet worden gesticht; ‘stichten’ is een werkwoord, vergt dus inspanning. Het vraagt van mensen dat ze vredestichters worden.

Vrede moet worden gesticht; ‘stichten’ is een werkwoord, vergt dus inspanning. Het vraagt van mensen dat ze vredestichters worden.Het is bovendien dit jaar lastig een Kerstboodschap te schrijven. Hadden we een jaar geleden al de oorlog in Oekraïne op ons continent, dit jaar is daar de opleving van het conflict in Israël en Palestina (met de oorlog tegen Hamas) bijgekomen. Bethlehem heeft daardoor alle Kerstevenementen moeten afgelasten. En overigens: ontspanning in de andere conflictgebieden in Afrika (zoals Sudan), Azië (zoals Yemen) of Amerika (zoals Venezuela) zie ik evenmin ontstaan. Kortom: veel strijd en ruzie op wereldschaal.

Lees verder

Column

KIEZEN

Een columnist kan nooit super actueel zijn. De deadline voor het inleveren van mijn tekst ligt meestal ongeveer een week vóór het moment dat de column vderschijnt. Als u dus een treffend commentaar op de verkiezingsuitslag verwacht, moet ik u teleurstellen. Behalve dat ik natuurlijk kan zeggen dat de partij van mijn keuze meer had verdiend. Want zoals waarschijnlijk de meeste kiezers, sta ik achter mijn eigen keuze, en hoop en verwacht ik dat anderen ook zo denken en stemmen. Zeker als die keuze bewust en overtuigend tot stand komt, en dus niet in een split second of op grond van een mediahype is genomen.

Ik hoop vurig dat onze nieuw gekozen bestuurders af en toe het eigen gelijk kunnen relativeren, twijfel willen toelaten en bereid zijn over hun eigen schaduw heen te stappen.

Een keuze bepalen, kiezen, is voor de ene persoon gemakkelijker dan voor de ander. We kijken meestal op naar iemand die daar daadkrachtiger is dan we zelf zijn. Het woord ‘twijfel’ of ‘twijfelaar’ heeft een negatieve bijklank. Bij politici en bestuurders dringen we aan op duidelijkheid, en als dezen enige nuances in het zwart-wit denken aanbrengen, krijgen ze het stempel ‘zwak’. De aantrekkelijkheid van de simpele opvatting wint het in de publieke opinie helaas te vaak van een mogelijk gecompliceerd compromis.

Lees verder

Column

TROUW

Niet lang geleden verbleef ik een aantal dagen in de Abdij van de Benedictijnen in Mamelis-Vaals. De weldadige stilte aldaar wordt een aantal malen per dag verbroken door het geluid van de kerkklokken die de monniken oproepen voor een getijdegebed of viering. En dat acht keer per dag, zeven dagen per week, jaar in, jaar uit, in deze abdij sinds 1923, honderd jaar. Je raakt als vanzelf onder de indruk van de trouw waarmee de leden van deze gemeenschap ‘getrouw’ hun plichten en werkzaamheden vervullen, conform de gelofte die men soms vele jaren geleden heeft afgelegd, ook aan elkaar.

Ik heb groot respect voor mensen die blijven staan voor hun zaak, hun opvatting, hun geloof, hun politieke keuze, hun principes.

Vrijwillig aangegane verplichtingen naar elkaar vormen de basis voor vele relaties, voor verbanden, verenigingen, vrijwilligerswerk of naoberzorg. Onze samenleving draait in hoge mate op vrijwillig aangegane verplichtingen naar de ander. Zou zo’n verplichting vrijblijvend zijn, verzwakt dat ons sociaal weefsel. En zouden door onverschilligheid geen verplichtingen aangegaan worden, komt er zelfs geen fatsoenlijk sociaal verband of netwerk tot stand.

Lees verder

Column

EGO

Het Latijnse woord voor “ik” is “ego”. Ego komt in onze taal ook als zelfstandig naamwoord voor. En meestal heeft dat dan geen positieve klank. Het woord ‘egoïst’ verwijst daar ook naar: je hebt een te groot ego, eigenwaan; je denkt eerst aan jezelf. Volgens velen leven we nu in een ik-samenleving, waar het eigenbelang, de eigen mening, je eigen recht voorop staat. Laat ik mij maar meteen bij u verontschuldigen: ook ik heb ongetwijfeld een te groot ego. Ik ben immers politicus, treed in de openbaarheid, schrijf columns, deel selfies op social media, en voldoe daarmee aan alle kenmerken van iemand die zichzelf nogal belangrijk vind. “Het is moeilijk bescheiden te blijven” is de titel van een liedje uit 1981, waarvan de tekst op vele bestuurders, artiesten, sporters, BN’ers van toepassing lijkt. En dus zeker ook op mij.

Ik ben immers politicus, treed in de openbaarheid, schrijf columns, deel selfies op social media, en voldoe daarmee aan alle kenmerken van iemand die zichzelf nogal belangrijk vind.

En dat besef voelt nog steeds ongemakkelijk, gelukkig! Want we schieten er in onze samenleving, onze familie, gemeente, provincie geen snars mee op als iedereen alleen zijn eigen geluk of gelijk nastreeft. Frans Wiertz, onze voormalige bisschop, schreef treffende woorden in een artikel in Dagblad Trouw* over hoe de opvatting dat ieder het centrum is van zijn eigen universum (“ik vind, ik denk, ik meen, ik geloof”) onze gemeenschappen armer maakt. We leven niet voor onszelf maar voor de ander, voor elkaar. Solidariteit is de basis voor goed samenleven. We weten het toch eigenlijk diep van binnen allemaal.

Lees verder

Column

BAARD ?

Sommigen worden weemoedig bij het horen van het lied “Het is weer voorbij, die goede zomer”. Per 1 september is de herfst gestart. De scholen beginnen weer, de vakantie is voor velen slechts herinnering. De mooie momenten, het minder gehaaste bestaan, de tijd voor jezelf en je naasten, het zijn allemaal zaken die je graag nog even wenst vast te houden, niet wilt vergeten. En gelukkig hebben we de foto’s nog!

De overgang naar het gewone leven gaat gepaard met vaste gewoontes. De wasmachine draait de uitgebreide vakantie-was, de studenten beginnen aan de introductie, de kinderen aan hun eerste schooldag. En ik? Ik neem het scheerapparaat met tondeuse ter hand om mijn vakantiebaard af te scheren. Deze is ontstaan door jaarlijkse, heerlijke, zomerse luiheid, maar daartoe is geen reden meer.

Maar we mogen niet in weemoed blijven hangen. Want de wereld gaat verder, en onze inzet is gevraagd om er een betere wereld van te maken

Bij het scheren dacht ik terug aan de geslaagde Kroningsfeesten in het Belgische Tongeren. Honderden mannelijke inwoners laten daar eens in de zeven jaar hun baard staan omdat ze als figurant, acteur deelnemen aan de ommegang en spel, en hun rol dat vereist. Het maakt een enorme indruk op de tienduizenden toeschouwers en pelgrims. Om middernacht na de laatste opvoering, opent de kapper zijn zaak en laten de mannen hun baard afscheren. Weemoedig halen ze herinneringen op aan deze geslaagde editie, en zingen ’s nachts nog een laatste lied. Met het verdwijnen van de baard keert het gewone leven terug.

Lees verder

Column

OP DE PLAATS, RUST ! RUST !

De zomer breekt aan, en dat betekent voor veel mensen toch nog steeds dat er een periode komt van rust pakken, gas terug nemen, relaxen, de batterij weer opladen en genieten. Voor sommigen voelt dat als een verplichting: je hebt vrije dagen en dús moet je rust pakken. Anderen vullen de verplichte vrije tijd in met juist extra hard klussen. Vakantie als bron van stress.

eigenlijk wil ik u verplichten om rust te pakken, maar dat zou te zeer lijken op een bevel van een autoriteit.

En toch is rust pakken onmisbaar voor elke mens. Het past in elke religieuze en niet-religieuze traditie. De zevende dag (bijvoorbeeld zondag of de sabbat) als rustdag na zes dagen werken. Het sabbatjaar na jaren van inspannende arbeid, het braak laten liggen van een stuk grond na jaren van intensieve akkerbouw, tot en met de verplichte rusttijden in werk en sport. Het is niet alleen een lichamelijke noodzaak, maar minstens zo belangrijk is het voor ieders geestelijk welzijn. Je gedachten op een rijtje zetten, mediteren, tijd om na te denken, je gunt het iedereen. Sterker: het zou verplicht moeten zijn.

Lees verder